Een nieuw thema dat mij al langere tijd inspireert is de wereld van vormen en patronen. Vormen en patronen zoals die zich manifesteren in onze leefomgeving, zowel in de natuur als in de cultuur. Die zich voordoen op uiteenlopende schaal en in heel verschillende materialen en situaties en onderling vaak verrassende gelijkenissen tonen. Rondingen, krommingen, meanders, spiralen, radialen, lijnen, kruizen, polygonen, netwerken, vertakkingen etc. Als je erop let zie je ze overal en in van alles.

Het alert zijn voor vormen en patronen, vaak intuïtief eerder dan bewust, is zo oud als het leven op aarde, en niets minder dan een voorwaarde voor overleving van plant (ja zeker!), dier en mens in zijn omgeving. Het identificeren en benoemen van vormen en patronen door de mens nam toe naarmate taal, schrift en analytisch denken zich ontwikkelden. Het gerichte bestuderen ervan, de geometrische wetenschap, had zijn wortels onder de oude Griekse filosofen: Plato, Aristoteles en Pythagoras. Mettertijd, vooral vanaf de vroege 20e eeuw, werd die studie en classificatie verfijnder en meer academisch.

Mijn focus bij het benaderen van dit thema is meer gericht op het beeld en de esthetiek dan op de theoretische aspecten.